Deelsessies

1. Is kinderspel kinderspel?
Thematisch rollenspel kan een belangrijke functie vervullen in de ontwikkeling van jonge kinderen. Je kunt zelfs wel stellen dat wie de taal/denkontwikkeling en de sociaal/ emotionele ontwikkeling wil bevorderen, er goed aan doet kinderen te stimuleren te spelen en spelbegeleiding te bieden aan kinderen die dit nodig hebben. Gebleken is dat bij veel kinderen met een achterstand in de (taal)ontwikkeling er ook een achterstand is in het niveau van doen-alsof spel. Door hun gebrekkige spelrepertoire en armoedige vormgeving zijn deze kinderen een minder aantrekkelijke speelgenoot. Er ontstaat een vicieuze cirkel: deze kinderen doen tijdens spelen geen taalervaring of sociale vaardigheden op, komen moeilijk tot spel, etc. Ondersteuning op dit gebied is van groot belang voor Jonge Risico Kinderen (JRK), maar degenen die beroepshalve met hen omgaan weten vaak niet hoe dit te organiseren. Tijdens de speelse en interactieve deelsessie ‘Is kinderspel kinderspel’ maken de deelnemers kennis met het fantasievolle spelstimuleringsprogramma De Droomvogel. Dit programma is uitermate geschikt om het (samen) spelen te stimuleren of aan kinderen met een verstoorde spelontwikkeling ondersteunende begeleiding te bieden. Het programma is gebaseerd op een serie speelprentenboeken die direct in de praktijk kunnen worden toegepast.
Marlies Greve, speltherapeut, trainer en initiatiefnemer/ontwikkelaar van de Droomvogelserie.

2. Alert4you: extra opvoedexpertise in de kinderopvang door samenwerking met de jeugdzorg
Al langer weten we, op basis van wetenschappelijk onderzoek, dat het het meest effectief is om kinderen op jonge leeftijd te stimuleren. Naarmate kinderen ouder worden neemt het rendement exponentieel af. Het aantal kinderen dat gebruik maakt van de kinderopvang is sinds de invoering van de Wet Kinderopvang in 2005, sterk gegroeid. Dit brengt met zich mee dat het aantal kinderen dat door hun gedrag “opvalt” eveneens toeneemt. De kinderopvang, als een sector van professionele opvoeders, wil deze kinderen niet uitsluiten, maar juist door een snelle signalering en samenwerking met ouders en opvoedexperts oplossingen bieden. Om die reden besloot het Kinderopvangfonds in 2008 het programma Alert4you op te zetten. In drie landelijke pilots wordt sindsdien gewerkt aan het ontwikkelen van een goede kindzorgstructuur door intensieve samenwerking op de werkvloer en binnen de besturen. In de sessie worden de werkzame factoren die in de pilots naar voren zijn gekomen, besproken en toegelicht. Er wordt ingezoemd op de pilot ‘Sleutels tot Succes” ( Leiden: B4KIDS en Cardea Jeugdzorg) waar een training op maat ontwikkeld is voor pedagogisch medewerkers van de kinderopvang en vervolgens werkbegeleiding, ouderactiviteiten en coaching on the job ingezet worden. Deelnemers van de sessie worden aan de hand van een casus en een prikkelende stelling uitgenodigd een actieve bijdrage te leveren aan de vraag: hoe kunnen we samen wérken aan een goede kindzorgstructuur in de kinderopvang opdat elk kind alle zorg en begeleiding krijgt om zich optimaal te kunnen ontwikkelen?
Drs. Gerdi Meyknecht, programma manager, Alert4you. Drs. Inge Smit, adviseur pedagogisch beleid, B4KIDS.

3. Signs of Safety
Veiligheid in gezinnen, een oplossingsgerichte aanpak.
De oplossingsgerichte werkwijze Signs of Safety, afkomstige uit Australië, blijkt in Nederland zeer goed bruikbaar bij de aanpak van kindermishandeling. Het is een relatief eenvoudige methodiek die veiligheid van kinderen kan vergroten of zelfs garanderen. In de deelsessie zal orthopedagoog Catelijne Sillevis de methodiek kort introduceren en dit aanvullen met illustraties uit de praktijk van het werken met gezinnen in crisis. De nadruk zal hierbij liggen op de specifieke samenwerkingsrelatie tussen hulpverlener en cliënt. Er zal voldoende ruimte zijn voor deelnemers om vragen te stellen, met elkaar in gesprek te gaan en casuïstiek te bespreken.
Drs. Catelijne Sillevis, gedragswetenschapper/orthopedagoog, Cardea Jeugdzorg.

4. Classificatiesysteem Aard Problematiek (CAP-J): zicht op problemen van jeugdigen en hun omgeving
Tijdens deze deelsessie staat het in 2009 uitgegeven Classificatiesysteem Aard Problematiek – Jeugd (CAP-J) centraal. In dit systeem vindt u definities van problemen waarmee cliënten zich bij de jeugdzorg aanmelden en waarvoor zij begeleid en behandeld worden. Naast de jeugdzorg is het systeem ook bruikbaar in andere werkvelden binnen de jeugdsector. Het doel van het CAP-J is het geven van heldere beschrijvingen van problemen van kinderen, jongeren en hun ouders, zodat hulpverleners en onderzoekers de beschrijvingen kunnen gebruiken bij:
• het verkennen en onderzoeken van de problemen met de cliënt;
• overleg met collega’s;
• het indiceren van de behandeling en begeleiding, en het afleggen van verantwoording over de besteding van gemeenschapsgelden en wetenschappelijk onderzoek.
CAP-J bevat probleembeschrijvingen op vijf gebieden waardoor de problematiek van de cliënt volledig in kaart gebracht kan worden:
• Psychosociaal functioneren jeugdige
• Lichamelijke gezondheid, aan lichaam gebonden functioneren jeugdige
• Vaardigheden en cognitieve ontwikkeling jeugdige
• Gezin en opvoeding
• Jeugdige en omgeving
De deelsessie begint actief aan de hand van een casus. Wellicht wordt voor de deelnemers dan al duidelijk waarom CAP-J ontwikkeld is. Vervolgens wordt CAP-J geïntroduceerd en gaan we in op de ontwikkeling van CAP-J, het doel, de structuur en de inhoud. Omdat CAP-J een nieuw systeem is zullen er ongetwijfeld veel vragen zijn. Het laatste gedeelte van de deelsessie wordt dan ook besteed aan vragen uit de zaal en discussie.
Marjolein Oudhof (MSc) en Lianne Lekkerkerker (MSc), Jeugdzorg & Opvoedhulp Nederlands Jeugdinstituut.

5. Home-Start Humanitas
Ieder kind telt! is de slogan van Humanitas voor onder andere het programma Home-Start. Een doelstelling van dit symposium is om te ontdekken hoe wij het jonge risicokind adequaat kunnen helpen. Home-Start doet dat door de ouders in hun rol als opvoeders te versterken. Vrijwilligers richten hun aandacht in eerste instantie op de ouders/moeders. De vraag van de ouders staat centraal. En die vraag luidt nogal eens: “Iets met de kinderen doen” (voorlezen, spelen, naar buiten) om de ouders tijdelijk te ontlasten. Ook dan is het gesprek met de ouders belangrijk. Het effect van deze gesprekken kan zijn, dat de ouders inzien, dat het voor hen belangrijk is om met de kinderen die activiteiten te doen. Misschien eerst samen met de vrijwilliger. Het geeft hen nieuwe inzichten en energie. In de deelsessie zijn twee verhalen van moeders verwerkt. Aan het einde is er gelegenheid tot het stellen van vragen. Na afloop van de deelsessie krijgen de deelnemers een boekje mee, zodat men alles nog een keer rustig kan doorlezen. Hierin staan ook adressen, telefoonnummers en de website vermeld.
Lia Castelein, coördinator vrijwilligers, Home-Start Humanitas.

6. Risico’s van medicijnen en medicijnen voor risico’s bij jonge kinderen
In de deelsessie met als onderwerp: geneesmiddelen, gezondheid en gedrag bij jonge kinderen (3-8 jaar) zal ingegaan worden op indicaties voor en bijwerking van medicatie, effecten van lichamelijke en psychische gezondheid op gedrag en de effecten van gedrag op lichamelijke ziekten en gebruik van medicatie. Medicatie kan voorgeschreven worden voor psychische of somatische problemen of een combinatie hiervan en kan soms onverwachte gevolgen hebben. De rol van het gezin kan hierbij ook belangrijk zijn, in de compliance en bewaking van de veiligheid. Somatische ziekten kunnen een invloed hebben op het gedrag van het jonge kind. Hoe er met deze gevolgen omgegaan wordt kan van invloed zijn op de socio-emotionele ontwikkeling van het kind. Psychische problemen kunnen ook een invloed hebben op de lichamelijke gezondheid. De rol van de huisarts, jeugdarts, psychiater, psycholoog, kinderarts en school/opvang zal behandeld worden.
Prof. Dr. H. M. (Anne Marie) Oudesluys-Murphy, MB, PhD, Social Paediatric, Willem-Alexander Kinder- en Jeugd Centrum Leiden University Medical Centre.

7. OBESITAS: “Je lijf of je leven”
In deze interactieve deelsessie zal uitleg gegeven worden over de begrippen BMI, overgewicht, obesitas en morbide obesitas bij kinderen. Vervolgens worden de deelnemers op de hoogte gebracht van de prevalentie van overgewicht bij kinderen in Nederland. Ook zal aandacht besteed worden aan enkele actuele inzichten in de oorzaken van het ontstaan van overgewicht. En dan….? Zoals men thuis met de ingrediënten speelt op zoek naar de ultieme smaak van een gerecht, zullen de deelnemers betrokken worden bij de bestanddelen en samenstelling van een “appetijtelijk” effectief interventieprogramma. Welke componenten worden u onder andere uitgeserveerd: Gedragsverandering, dieet, (op)voeding, (be)weging, randvoorwaarden..... Vervolgens zullen de bevindingen van de recent verschenen wetenschappelijke (effectiviteits) studie betreffende het multidisciplinair behandelprogramma voor kinderen met overgewicht - Weet & beweeg - met de deelnemers gedeeld worden. Naast de positieve resultaten van het Weet & beweeg programma, zal er nadrukkelijk aandacht besteed worden aan de ‘pitfalls’ van een dergelijke interventiemethodiek.
Drs. Dick Meijer, psycholoog/psychotherapeut, Cardea Jeugdzorg Specialistische Afdeling. Dhr. Gwendell A. J. Foendoe Aubèl, Diëtist en Sportdiëtist, Praktijk ‘De Diëtist’.

8. Ambulante begeleiding bij peuters?
Iedereen die met jonge kinderen werkt heeft wel eens een kind in de groep dat zich anders lijkt te ontwikkelen of te gedragen dan de meeste andere kinderen. Wat is precies het probleem? Hoe ga je daar mee om? Hoe kun je dit kind helpen? Wat moet je ouders adviseren? Dit zijn moeilijke vragen als je als leidster of gastouder met jonge kinderen werkt. Aanbod peuterbegeleiding Zoals uit de praktijk is gebleken, is het soms moeilijk inschatten: Wanneer moet ik me zorgen maken om de ontwikkeling van het kind? Hoe kan ik daar het beste mee omgaan en wanneer ga ik ouders adviseren? Dit is de reden waarom er vanuit de AED peuterbegeleiding is opgestart. Het aanbod is gevarieerd en op maat. Er bestaat de mogelijkheid om telefonisch concrete adviezen te vragen aan het team. Wanneer blijkt uit het telefonisch contact dat een bezoek noodzakelijk is, komt er een ambulant begeleider die gespecialiseerd is in ontwikkelingsproblematiek van het jonge kind, langs. Bij vermoeden van brede problematiek bestaat de mogelijkheid om specialisten met verschillende expertise tegelijkertijd te laten observeren. Ook wordt er gebruik gemaakt van video-opnames zodat er multidisciplinair gekeken kan worden naar het kind en de leidsters adviezen op verschillende ontwikkelingsgebieden geboden kunnen worden. Van de observaties wordt altijd een verslag gemaakt, uiteraard met toestemming van ouders. De adviezen worden besproken met de leidsters en tevens in een verslag opgenomen. Zo snel mogelijk na het eerste contact, worden al handelingsgerichte adviezen gegeven en mogelijk direct ondersteund in de praktijk. In deze deelsessie geven wij u uitleg over de gang van zaken, vertellen we over de ervaringen van de afgelopen jaren en wisselen we ervaringen met u uit. Graag tot ziens!
Tine Bruijne, coördinator cluster 2, AED Leiden. Margriet van Engen, projectgroep kinderklanken en peuterpraat, AED Leiden.

9. Risico’s in beeld door het CJG
Het opsporen van risicokinderen tussen de drie en acht jaar (kinderen met problemen op het vlak van geestelijk, lichamelijk of sociaal functioneren) is niet gemakkelijk. In het algemeen wordt deze leeftijd niet problematisch ervaren door de ouders, in tegenstelling tot de koppigheidsfase (11/2-3 jaar). Met vier jaar gaan de meeste kinderen naar school. Een kind wat thuis niet opvalt, rustig is, kan in de klas een geheel ander gedrag vertonen. Ouders hebben dan ook geen hulpvraag. Hoe krijgen we deze kinderen in beeld en wat nog veel belangrijker is, waar kunnen we met onze vermoedens of vage niet pluisgevoelens terecht. In deze sessie (eigenlijk een leerwerkgroep) laten we u middels een casus nadenken over dit probleem, het vroegtijdig signaleren van risicokinderen in een CJG. Allereerst nemen we u mee voor een korte rondleiding in een CJG uit de regio.Middels een alledaagse casus uit de praktijk bent u in deze sessie een leerkracht met een vaag “niet pluis”gevoel. Middels het ervaringsleren van Kolb heeft u aan het einde van deze leerwerkgroep inzicht gekregen in de kansen van een CJG voor het tijdig opsporen van risicokinderen in deze kwetsbare leeftijdsgroep.
Drs. Corien Scheenstra-van Rijn, senior opleider/adviseur JGZ, NSPOH. Drs. Henk Visch, sectormanager Publieke Zorg voor de Jeugd GGD, Hollands Midden.

10. (Bestaat uit 2 onderdelen) Ontwikkelingsstimulerende activiteiten: revalidatie en onderwijs samenwerking op maat
Aan de hand van een video-opname kijken wij naar een ontwikkelingsstimulerende activiteit waarin therapeuten (logopedist en ergotherapeut) en leerkracht op maat samenwerken. De therapeuten ondersteunen het onderwijs met hun expertise, de leerkracht is verantwoordelijk voor de onderwijsinhoud en de didactiek. De ontwikkelingsstimulerende activiteit, die wij bekijken laat zien hoe er in de klas gewerkt wordt rond het thema “ Zomer”. De deelnemers aan de deelsessie zullen na het kijken van de video-opname worden uitgenodigd om de activiteit actief te beleven.
Mieke Berg den Elsen, leerkracht kleuters, MG de Thermiek. Betty van Eeten, Rijnland Revalidatie Centrum.

De Atlas; een onderwijs-zorgcombinatie voor kinderen met een autisme spectrum stoornis
In deze deelsessie wordt aandacht besteed aan het specifieke onderwijszorgaanbod voor kinderen van drie tot zeven jaar met een autisme spectrum stoornis (ASS) bij OZC ORION in Leiderdorp. ASS kan worden gezien als een informatie- en integratiestoornis die zich uit in problemen op het gebied van waarneming en verwerking van zintuiglijke prikkels, emoties, non-verbale gedragingen, psychomotoriek en taal. De meest voorkomende kenmerken van ASS zijn beperkingen in de sociale interactie, met name wat betreft de wederkerigheid; een gestoorde communicatie en beperkte, zich herhalende, stereotiepe patronen van gedrag, belangstelling en activiteiten. Vanuit een vaak bedreigende, vastgelopen en/of gestagneerde situatie wordt een zo tijdelijk mogelijk toegesneden onderwijszorg arrangement geboden, zodat voor het kind en diens ouders (weer) perspectief ontstaat op een passende onderwijsplek en/of de sociale context rondom kind en gezin weer meer in evenwicht komt. Om dit te kunnen bereiken is samenwerking, afstemming en dialoog tussen alle betrokkenen (ervaringsdeskundigheid van ouders/verzorgers en professionele deskundigheid van leerkrachten en hulpverleners) van groot belang. Gezamenlijk wordt een effectieve aanpak geformuleerd voor hoe dit kind (en diens gezin) zich optimaal verder kan ontwikkelen, een leergerichtheid kan realiseren en wat daarvoor nodig is. Aan de hand van een matrix van het behandelprotocol wordt ingegaan op de algemene doelstellingen en aandachtsgebieden van de behandeling. De gebruikte methoden en technieken, de activiteiten binnen de dagelijkse routine en het behandelklimaat in de groep worden toegelicht aan de hand van voorbeelden en beeldmateriaal. Groepsplaatsing bij ‘De ATLAS’ wordt altijd in combinatie met gezinsbehandeling aangeboden. De ouders/ verzorgers van deze kinderen hebben vaak specifieke hulpvragen op het gebied van pedagogische vaardigheden en psycho-educatie om de opvoeding te kunnen vormgeven.
Bianca Nieuwenburg, pedagogisch medewerker, OZC Orion 3-6. Jenny Janssen, pedagogisch medewerker, OZC Orion 3-6.

11. Databanken, wat kun je ermee?
Welke VVE-programma’s zijn effectief? Is er recent Nederlands onderzoek naar de effectiviteit van de behandeling van jonge kinderen met ADHD? Welke instrumenten zijn er om het welbevinden van kinderen in de kinderopvang in kaart te brengen? Zijn er effectieve programma’s om de opvoedingsvaardigheden van ouders van jonge kinderen te verbeteren? Is er een training om kindermishandeling snel en goed te herkennen? Hoe vaak komen gedragproblemen voor bij jonge kinderen? Zomaar een paar vragen over jonge risicokinderen, waar je in de praktijk tegen aan kunt lopen. Antwoorden op deze en andere vragen kunt u vinden in de verschillende databanken van het Nederlands Jeugdinstituut:

• Databank Effectieve Jeugdinterventies
• Databank Instrumenten, Richtlijnen en Kwaliteitsstandaarden
• Databank Feiten en Cijfers
• Databank Nederlands Onderzoek
• Databank Na- en Bijscholing

De databanken zijn door iedereen te raadplegen op de website van het Nederlands Jeugdinstituut (www.nji.nl). Zij bevatten naast overzichten van interventies, instrumenten, feiten en cijfers, onderzoeken en na- en bijscholingscursussen ook achtergrondinformatie. In de deelsessie gaan we in de verschillende databanken op zoek naar antwoorden op concrete vragen van de deelnemers. We demonstreren de mogelijkheden van de verschillende databanken en maken u wegwijs in de veelheid aan informatie. Na afloop van de sessie bent u beter in staat om gericht en efficiënt specifieke informatie te vinden in de verschillende databanken. Deze deelsessie is interessant voor iedereen die beroepsmatig behoefte heeft aan actuele informatie over jeugd en opvoeding, in het bijzonder over interventies, instrumenten, feiten en cijfers, onderzoek en na- en bijscholing op dat terrein.
Dr. Hans Meij, seniormedewerker Kenniscentrum Jeugd & Opvoeding, Nederlands Jeugdinstituut.